Waar moet een etiket aan voldoen?

Inhoudsopgave

Een etiket moet in het Nederlands, goed leesbaar en niet misleidend zijn, en alle verplichte informatie bevatten. Voor levensmiddelen gaat het om onder meer de productnaam, ingrediënten, allergenen, de houdbaarheidsdatum en de voedingswaarde. Voor non-food draait het vooral om veiligheid en juist gebruik.


Klinkt overzichtelijk, maar één vergeten allergeen of een te kleine letter kan leiden tot een boete of een terugroepactie. In deze blog zetten we alle eisen op een rij, met de regels waar ze vandaan komen.


Welke regels gelden voor etiketten?


Voor levensmiddelen komen de regels uit de Europese verordening 1169/2011 over voedselinformatie en het Nederlandse Warenwetbesluit informatie levensmiddelen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert of bedrijven zich eraan houden. Voor non-food gelden aparte regels per productgroep, zoals cosmetica en chemische producten.


Verantwoordelijk is het bedrijf onder wiens naam het product op de markt komt. Pak je producten om of label je ze opnieuw voor de Nederlandse markt, dan moet ook dat etiket aan alle eisen voldoen.


Algemene eisen voor elk etiket


Of het nu om een pot pindakaas of een fles shampoo gaat, een paar regels gelden altijd. De informatie moet in het Nederlands staan, goed leesbaar zijn en makkelijk te vinden. Dat betekent genoeg contrast met de achtergrond en een letter die niet te klein is.


Daarnaast mag een etiket de koper niet misleiden. Claims als “suikervrij” of “natuurlijk” moeten kloppen en aantoonbaar zijn. Het etiket vermeldt ook wat het product is, hoeveel erin zit en wie het op de markt brengt, met naam en adres. Zo weet de consument bij wie hij terechtkan met vragen of klachten.


Wat moet er op een etiket van levensmiddelen staan?


Volgens de Nederlandse overheid moet een etiket van een voorverpakt levensmiddel deze informatie bevatten (Ondernemersplein):



  1. de naam van het product

  2. de naam en het adres van de fabrikant, handelaar of importeur

  3. het land van oorsprong of de plaats van herkomst, als dat verplicht is of als het weglaten ervan zou misleiden

  4. de ingrediëntenlijst, op volgorde van gewicht, inclusief aroma’s, E-nummers en toegevoegd water

  5. de allergenen

  6. de hoeveelheid van bepaalde ingrediënten in procenten (KWID), bijvoorbeeld als het ingrediënt in de productnaam staat

  7. de netto hoeveelheid

  8. de houdbaarheidsdatum

  9. bijzondere bewaar- of gebruiksvoorschriften, zoals “na openen gekoeld bewaren”

  10. een gebruiksaanwijzing, als het product anders lastig te gebruiken is

  11. het alcoholpercentage, bij dranken met meer dan 1,2% alcohol

  12. de voedingswaarde


De voedingswaardevermelding toont per 100 gram of 100 milliliter de energie (kJ en kcal), vet, verzadigd vet, koolhydraten, suikers, eiwitten en zout.


Hoe vermeld je allergenen op een etiket?


Allergenen moet je in de ingrediëntenlijst laten opvallen, bijvoorbeeld door ze vetgedrukt, onderstreept of in een andere kleur te zetten. Het gaat om de 14 allergenen die de EU heeft vastgesteld, zoals gluten, melk, ei, pinda’s, noten, soja, vis en selderij.


Heeft een product geen ingrediëntenlijst? Dan zet je “bevat” met het allergeen erbij, tenzij het allergeen al in de productnaam staat. Is er kans op kruisbesmetting, bijvoorbeeld omdat in dezelfde fabriek noten worden verwerkt? Dan kun je een voorzorgsetiket gebruiken, zoals “kan sporen van noten bevatten”.


THT of TGT: wat is het verschil?


THT (ten minste houdbaar tot) zegt iets over de kwaliteit. Na die datum is een product vaak nog prima te eten, maar smaak of structuur kan minder worden. Denk aan pasta, koekjes of conserven.


TGT (te gebruiken tot) gaat over veiligheid. Je gebruikt het bij bederfelijke producten zoals vers vlees, vis en sommige zuivel. Na die datum mag je het product niet meer verkopen.


Hoe groot moet de letter op een etiket zijn?


De verplichte informatie op een levensmiddel moet een x-hoogte van minimaal 1,2 millimeter hebben. De x-hoogte is de hoogte van een kleine letter zonder stok, zoals de x. Is het grootste vlak van de verpakking kleiner dan 80 cm², dan is 0,9 millimeter toegestaan (EU-verordening 1169/2011, artikel 13).


Vooral bij kleine verpakkingen en meertalige etiketten loop je hier snel tegenaan. Daarom kiezen veel merken bij export voor een apart Nederlands etiket in plaats van één etiket met vijf talen.


Waar moet een non-food etiket aan voldoen?


Bij non-food staan veiligheid en juist gebruik voorop. Welke eisen gelden, hangt af van het product.


Cosmetica, zoals shampoo of crème, vermelden de ingrediënten volgens de internationale INCI-namen. Ook een houdbaarheid of een open-potje-symbool met het aantal maanden na opening hoort erop. Schoonmaakmiddelen en chemische producten krijgen gevarenpictogrammen, zoals voor brandbaar, giftig of bijtend, met de bijbehorende waarschuwingszinnen. Elektrische apparaten hebben een gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies nodig.


Voor alle verpakkingen geldt bovendien dat informatie over recycling en duurzaamheid steeds belangrijker wordt. Met de nieuwe Europese verpakkingsregels wordt dat de komende jaren voor een groot deel verplicht. Lees daarover meer in onze blog over de nieuwe Europese verpakkingsregels (PPWR).


Wat gebeurt er als een etiket niet klopt?


Een fout etiket kan leiden tot een boete van de NVWA, een terugroepactie of producten die de supermarkt weigert. Bij een ontbrekend allergeen gaat het bovendien om de gezondheid van consumenten. En een terugroepactie kost niet alleen geld, maar ook vertrouwen in je merk.


Etiketteren uitbesteden bij Na-Nomi


Bij Na-Nomi brengen we dagelijks etiketten aan voor merken, producenten en importeurs. Komt je product uit het buitenland? Dan zorgen we voor een Nederlands etiket en pakken we het om voor de Nederlandse markt. Ook voor labels en stickers op bestaande verpakkingen, bijvoorbeeld bij een actie of een gewijzigde ingrediëntenlijst, ben je bij ons aan het juiste adres. Meer over onze werkwijze lees je in alles over etiketteren bij Na-Nomi.


Vraag een vrijblijvende offerte aan of neem contact op.


Veelgestelde vragen over etiketten


Moet een etiket in het Nederlands zijn?


Ja. Voor producten die in Nederland worden verkocht, moet de verplichte informatie in het Nederlands op het etiket staan. Andere talen mogen er ook op, zolang de Nederlandse tekst leesbaar blijft.


Hoeveel allergenen moet je vermelden?


De EU kent 14 allergenen die je altijd moet vermelden als ze in het product zitten. Je laat ze in de ingrediëntenlijst opvallen, bijvoorbeeld met vetgedrukte letters.


Wat is KWID op een etiket?


KWID staat voor kwantitatieve ingrediëntendeclaratie. Je vermeldt dan het percentage van een ingrediënt, bijvoorbeeld als het in de productnaam staat, zoals “aardbeienyoghurt”.


Moet de voedingswaarde altijd op het etiket?


Bij de meeste voorverpakte levensmiddelen wel. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voor onbewerkte producten die uit één ingrediënt bestaan, zoals vers fruit of groente.


Mag ik een buitenlands product verkopen met een Nederlandse sticker?


Ja, zolang de sticker alle verplichte informatie in het Nederlands bevat, goed vastzit en geen andere verplichte informatie afdekt.